Navigation Menu
Ruig Botswana, wie durft?

Ruig Botswana, wie durft?

Okhavanga Delta, Botswana

Mar 5, 2016 , Xakanaxa, Botswana

Ook al heb ik nog niet eens de gelegenheid gehad om de vorige blogpost online te zetten, schrijven blijven we wel. Want er is en blijft genoeg te vertellen. We zijn ondertussen aangekomen in Botswana na 5 dagen in Kgalagadi Transfrontier Park te hebben gezeten. Het park, waar ik in de vorige blogpost al kort over vertelde ligt op de grens tussen Namibie, Botswana en Zuid Afrika. Je kunt vanuit dit park van het ene naar het andere land gaan en dat hebben wij dan dus ook gedaan.

Meer dan duizend woorden

Wat ons avontuur in dit park inhoud moeten vooral de foto’s vertellen. Wij hebben zelf namelijk alleen veel gereden en rondgekeken. Het doel voor ons was om Cheetahs te vinden. We hadden niet verwacht een leopard te kunnen vinden, leeuwen al gezien en cheetahs zijn iets gemakkelijker. We hebben in het park gedurende 5 dagen, elke dag minstens 6 uur gereden en waarschijnlijk tussen de 800 en 1000 kilometer afgelegd.

Geduld loont

Achteraf hebben we wel wat teveel gereden en we waren er ook behoorlijk klaar mee, maar op de laatste dag hebben we een leopard gespot en een badger, beide zeer moeilijk te vinden. Zo kunnen we echt vaststellen dat het een kwestie van geduld is voordat je rijkelijk wordt beloond. Vooral het luipaard vonden wij erg indrukwekkend, en we hebben op de klok af 3 kwartier kwijlend toegekeken van 5 meter verderop in onze auto. Hoe ontzettend mooi om zo een sierlijk dier in het wild te kunnen zien. Echt mijn nieuwe lievelingsdier!

Toerisme is een heldendaad

Het beste van alles is, dat door als toerist geld uit te geven aan deze activiteiten je bijdraagt aan het behoud van deze laatste stukken leefgebied van de dieren hier. Want wat is het belangrijk dat we deze medebewoners van de aarde, waar we al zoveel voor kapot hebben gemaakt, beschermen tegen onszelf nu dat nog kan. Voor ons nooit een ritje op mishandelde Thaise olifanten meer, maar liever een safari tussen de wilde Afrikaanse!

De laatste nacht in het park was ook nogal bijzonder. We zaten op een camping welke vrij afgelegen was. Geen stromend water en alleen een gat in de grond om je behoefte op te doen. We stonden samen met wat mensen die we eerder hadden ontmoet die hier toevallig ook stonden, erg gezellig. Wat er zo bijzonder aan was is dat deze camping geen omheining heeft. Dit terwijl er door het park meer dan 1000 dieren zoals leeuwen, hyena’s, luipaarden en cheetahs rondlopen die je liever niet s’nachts tegenkomt. S’avonds ging het ook waaien, en bij wind komen schorpioenen tevoorschijn. We hebben die nacht 5 dodelijk giftige schorpioenen over de grond zien lopen bij onze campeerplaats. Dat er gevaarlijke dieren in de buurt waren merkten we ook de volgende ochtend, nog geen 500 meter bij onze campingplaats spotten we 3 leeuwen die net klaar waren met hun ontbijt. Hun  hele kop onder met bloed, wow!

En het begint pas

Nadat we bij het juiste loket onze stempeltjes voor Botswana geregeld hadden konden we de 4×4 trail het park uit richting Botswana nemen. Het pad was zanderig en je kon duidelijk zien dat het niet veel gereden werd. Bij de uitgang moest ik een register invullen, en inderdaad, al 5 dagen lang was er nog niemand hier het park uitgereden. De eerste 200 kilometer Botswana waren nog erger dan de offroad wegen in het park. Diep zand of zeer slechte asfaltwegen met gevaarlijk diepe gaten in de grond. We zaten ook echt in een uithoek van het land. Mensen wonen er nog in traditionele ronde houten hutjes met strodaken op perkjes afgezet met hekjes van touw en dikke takken.

Het begin van onze safari in Botswana is in de Okhavanga Delta’s.Een moerasgebied waar we dieren kunnen verwachten die we nog niet eerder gezien hebben. Toen we aankwamen in een stadje genaamd “Maun” om alle papieren en reserveringen te regelen bleek dat nog een heel gedoe. Wij dachten net zoals in zuid afrika bij één balie alles te kunnen regelen. In Botswana gaat het allemaal een stuk minder logisch. De campings worden allemaal door aparte bedrijven beheerd en die zitten ook allemaal ergens anders in deze stad. Na heel wat bellen, zoeken en formulieren invullen hebben we 3 campings gereserveerd en onze toegangsbewijzen voor de natuurparken betaald en kunnen we gaan.

Dure Botswaanse grappen

We schrokken wel echt van de prijs. De campings zijn hier 40 tot 100 euro per nacht en de huisjes zitten tussen de 500 en de 5000 euro per nacht. Bizarre prijzen. Botswana wil op deze manier het toerisme drukken om de impact op de natuur te sparen. Ondertussen verdienen ze zo toch genoeg inkomen om natuurbescherming daarmee te kunnen ondersteunen. Wij houden het maar op een paar daagjes camperen en zijn dus helaas vrij kort in het gebied. De tweede camping was logistiek noodzakelijk omdat het de enige camping was op de route die wij wilden volgen van de Okhavanga Delta’s naar Chobe. Kosten 100 euro voor een nachtje op een gare camping waar je bijna niks hebt, geen elektriciteit en een oneffen stukje grond onder een boom ergens temidden van de wildernis.

Goed, even slikken, neertellen en maar snel vergeten en extra proberen te genieten dus. We reden vroeg in de ochtend van Maun weg en zijn goed voorbereid de moerassen in gereden. We moesten ongeveer 600 offroad kilometers, 4 dagen lang doen met alles wat we aan brandstof eten en drinken bij ons hadden. Dat is met de aanname dat alles goed gaat. Best wel spannend zo afhankelijk van jezelf het wild in verdwijnen.

Niet voor pussies, alleen voor tijgers

Botswana blijkt wel een land voor de stoeren onder ons. Alles is ruig en heftig, alle dieren zijn groot wild en gevaarlijk en de wegen zijn echt zeer ruig en zitten vol gaten. De weg de moerassen in modderige plassen tot ca. 50 CM diep. Differentieel op slot, 4 wielaandrijving aan en op hoge toeren er doorheen knallen. Eenmaal echt in het midden van de moerassen hebben we een eiland genaamd ”Dead Tree Island” opgezocht. De rit daarheen was helemaal heftig. Puur op GPS wat oude bandsporen volgen door een duizelig dichtbegroeid woud. Diepe modderkuilen, water en hellingen over. Toen we bij het eiland waren was Susanne er even helemaal klaar mee. Helaas vond zij het avontuur zo verschrikkelijk als dat ik het geweldig vond.

De beloning na het rijden was een eiland vol dode bomen, sommige omgevallen en sommige nog staand. Een luguber aanzicht en bizar om in rond te rijden. Nog nooit heb ik zo sterk een gevoel van leegte en stilte gevoeld als hier. Op de weg terug zijn we richting onze campeerplaats gereden. Onderweg kwamen een Jeep tegen voor ons die zich helemaal heeft vastgereden in de modder. Eerst even er langs gereden om te laten zien hoe het wel moet (muhaha). Toen met onze hulp en een sleepkabel hebben we ze er uitgetrokken. Dit was al de derde keer deze vakantie dat we onze sleepkabel t.b.v. anderen tevoorschijn hebben gehaald. Fijn om iemand te kunnen helpen en leuke avonturen!

Armen en benen binnenboord a.u.b.

Ook hier op de camping was het weer een feest, in de verte hoorden we de hele nacht dodelijke dieren als leeuwen brullen en nijlpaarden knorren in de rivier achter ons. Toen ik savonds uit de daktent keek zag ik 6 ogen van 3 eveneens levensgevaarlijke wilde honden naar ons staren ongeveer 3 meter van ons af. Dat wordt maar even in een emmertje plassen dus.

Lieve schattige nijlpaarden

De volgende ochtend zijn we met een boot wezen varen door de moeraswateren. Veel rare vogels met gigantische snavel’s en een mooie ongeschonden natuur. Na een tijdje varen zage we onze eerste nijlpaarden zwemmen. Zoals eerder verteld zijn deze dieren zeer gevaarlijk. Je zou het niet verwachten maar ze hebben snel de neiging om over te gaan op de aanval. De meeste dodelijke slachtoffers met wilde dieren in Afrika komen daarom van Nijlpaarden.

We moesten na de bootrit snel door. We hadden nog een lange rit voor de boeg. We zijn vanuit de Delta’s (het moeras) via een weg in de wildernis doorgereden naar Chobe. De weg was pittig. Veel ogen op de weg houden en pittig bijsturen door het diepe zand, de modder en ander oneffen ondergrond met kronkelweggetjes dwars door de bush. Een hoogtepunt op de rit was een brug over een stuk moeras/rivier nog net in de Delta’s. Vanaf de brug konden we op een relatief veilige manier een tijdje een paar nijlpaarden van boven bekijken op maar een paar meter afstand.

Stoeien met de grote jongens

Toen we dichter bij Chobe kwamen, zagen we de eerste olifanten al. Chobe is thuis van ruim 4000 olifanten. De eerste olifant die we tegenkwamen op onze weg had ons niet gezien, en wij hem ook niet totdat we op een paar meter afstand langs elkaar scheurden. De olifant schrok en werd agressief. Hij ging hard toeteren, zijn oren groot maken en zijn snuit omhoog met zijn bek open en begon op ons af te rennen.Van schrik liet ik bijna de auto afslaan, snel wegscheuren!

De toon was gezet, de olifanten verderop waren ook niet al teveel gediend van ons. Meermaals hebben we moeten wachten totdat olifanten de weg vrij maakten en wij met zorg langs ze moesten scheuren. Nog een keer op mijn weg dook er een olifant op uit de bosjes en zat er voor me net een gigantisch gat in de weg. Deze keer reageerde ik beter en kon ik via de berm het gat en de olifant net ontwijken, maar de schrik zat er opnieuw even goed in. Het was een spannende dag. Maar deze dag was een dag zoals je het je voorstelt in Afrika: Rijden door de wilderniss en in de verte olifanten, zebra’s, giraffen, herten en apen in de natuur om je heen zien terwijl je door de savannes rijd.

Bijzonder Botswana

Na onze tweede nacht slapen zijn we doorgereden naar een rivier helemaal in het noorden van Botswana, nog steeds in het Chobe park. Hier ook weer veel dieren kunnen zien in iconische landschappen. Ook nijlpaarden en grote, grote krokodillen in de rivier. We hebben het er weer goed vanaf gebracht. We zijn niet vast komen te zitten en we zijn onderweg zijn niet opgegeten. Door al het getril is onze auto wel een beetje uit elkaar gevallen, we missen het bovendeel van de bumper. Geen spoor meer van te zien, geen schroefje of niks. Blijkbaar gewoon losgetrilt. Ik ben benieuwd wat de verhuurder er van gaat maken dat zijn auto vanzelf uit elkaar trilt, het zal ons wel weer geld kosten.

De waterval valt in het water

We vinden Botswana verder wel erg duur en willen weer naar beneden rijden. Ons plan om naar de Victoria Falls te gaan wordt hem helaas ook niet. We moeten er de grens van Zimbabwe en evt. Zambia voor oversteken. De visumkosten zijn 60 plus evt. 30 euro p.p., er worden wegenbelastingen geheven op de auto en er zijn entreekosten voor de falls. Ook schijnt het hele papierwerk en alles wat er bij komt uren te duren. Het leek ons geen succes om een dagtrip naar een waterval te maken op deze manier. Wel balen hoor… Wellicht komen we ooit nog eens terug en kunnen we het anders aanpakken (via Zimbabwe die kant op rijden ofzo).

We rijden nu weer zuidwaarts, af en toe een olifant op de snelweg of iets in de trant ontwijkend. De enige van de big 5 die we nog niet gezien hebben is de neushoorn. We gaan daarom onderweg langs een park waar honderden neushoorns zitten, om uiteindelijk als afsluiter in Zuid Afrika nog ruim een week te hebben om het Krugerpark te kunnen zien.

Nog een paar mooie verhalen in spé, dus blijf ons volgen!

    1 Comment

  1. Wat een lang verhaal vriend ,mooi hoor klinkt wel spannend allemaal .
    En mooie foto’s gek idee dat jullie al die beesten van zo dicht bij hebben gezien .gaaf gevoel lijkt mij maar dat verhaal van die olifant vind ik minder maar ja gelukkig zijn jullie er nog ,nou moppies dikke kus xxxxxx

Post a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Warning: Parameter 1 to W3_Plugin_TotalCache::ob_callback() expected to be a reference, value given in /home/brondgeest/domains/brondgeest.com/public_html/wereldreis/wp-includes/functions.php on line 3729